Zomerkind| Hoofdstuk 17.

by Tamara

In de wachtkamer stonden een man en een vrouw te wachten. De vrouw had overduidelijk gehuild en beide zagen ze er doodmoe uit. ‘Ben jij Florine?’ vroeg de vrouw me terwijl ze naar me keek. Ik knikte en stak mijn hand uit, maar in plaats van hem aan te pakken, stak zij haar beide armen uit en omhelsde ze me. ‘Ik ben je echt voor eeuwig dankbaar. Wat jij voor onze dochter gedaan hebt is echt onvoorstelbaar.’ Ik bloosde en keek naar mijn vader, die overduidelijk trots was. ‘Graag gedaan. Ik vond het fijn dat ik iets voor haar kon doen.’ Haar vader vroeg ondertussen aan mijn vader wat er gebeurd was en hoe de operatie afgelopen was. Toen mijn vader vertelde dat de het been van Maisie niet hadden kunnen sparen, werd de man boos. ‘Verdorie, dat rotpaard ook. Ik heb al talloze keren gezegd dat dat beest vals is en nu gaat hij weg ook.’ Meteen reageerde ik op de man. ‘Meneer? Als ik zo brutaal mag zijn, ik moest uw dochter voordat ze geopereerd werd beloven dat ik u zou overhalen haar paard niet te laten inslapen. Dat was de enige voorwaarde waaronder ze geopereerd wilde worden. Uw dochter heeft een enorme passie en heeft net iets verschrikkelijks meegemaakt. Ik denk dat haar lievelingsdier en beste vriend haar de komende tijd juist veel rust zal brengen.’ De man bromde wat en knikte. ‘Oké prima, laat dat beest maar blijven dan.’

Haar moeder pakte opnieuw mijn hand. ‘Wat ben jij een geweldige vrouw. Ik weet zeker dat jij een ontzettend goede moeder zult worden als jouw tijd daar is.’ Bij die woorden brak er iets in me. Ik zou een goede moeder worden, maar voorlopig leek die wens verder weg dan ooit. Ik glimlachte en bedankte de vrouw, waarna ik weer weg liep. Ik kon me nog net inhouden tot ik bij mijn auto was, maar toen ik eenmaal zat begonnen de tranen weer te lopen. Snel reed ik de parkeergarage uit en ging ik naar huis. Ik kon wel wat slaap gebruiken.

Toen ik in de middag weer wakker werd, belde ik Marja om te vragen of het goed was dat ik mijn dienst van vanavond met iemand zou ruilen. Ze had gehoord wat ik had gedaan en zei dat zij die taak op zich zou nemen en dat ik maar even goed uit moest rusten. Ik deed het die dag dan ook maar rustig aan. Samen met Bobbie kroop ik op de bank en bestelde wat te eten. Toen de avond viel, ging ik vroeg naar bed en negeerde ik het maar dat Bobbie stiekem ook op mijn bed kwam liggen. Hij had me de laatste tijd niet zoveel gezien en het was logisch dat hij me miste. Ondanks dat ik ontzettend moe was, lukte het me niet om te slapen. De opmerking van de vrouw bleef door mijn hoofd malen en hoewel ik weet dat het goed bedoeld was, voelde het als een enorme steek.

De maanden kropen voorbij en mijn leven bleef een beetje hetzelfde. Ik werkte veel, was weinig thuis en ondertussen ging het geflirt met Joost gewoon door. Ik vond hem leuker dan ik echt wilde toegeven en ik wist bijna wel zeker dat het ook wederzijds was, maar het was alsof we hetgeen wat we nu hadden niet wilden verpesten door het groter te maken dan het was.

Op een ochtend in de herfst werd ik wakker van zacht getik op het raam van de regen. Ik pakte mijn telefoon om te kijken hoe laat het was en ik schrok van de melding op het scherm. Ik weet nog precies wanneer ik die melding had ingesteld. Nadat ik de positieve rest had gehad, had ik via internet uitgerekend wanneer ik ongeveer uitgerekend zou zijn en uit enthousiasme had ik de uitgerekende datum in de agenda van mijn telefoon gezet met een heleboel hartjes en bloemetjes erbij. Ik had al een tijdje niet meer aan de miskraam gedacht, maar nu moest ik toch wel even slikken. Ik had nu gewoon een baby kunnen hebben, ik had moeder kunnen zijn.

Ik wiste de melding snel en hoewel dat ergens wel fijn voelde, bleef dat gevoel in mijn hoofd rondspoken. Zou ik dan ooit nog kinderen kunnen krijgen? Mijn menstruatie was ontzettend onregelmatig sinds de miskraam en ik had werkelijk geen idee wanneer ik voor het laatst ongesteld was geweest. Ik had die dag een vroege dienst en was blij dat ik wat afleiding zou hebben, anders bleef dit de hele dag in mijn hoofd hangen.

Ik stapte in de auto en reed richting het ziekenhuis. Het was druk op de weg en overal waren wegen afgesloten en opengebroken. Het was veel logischer dat ze zulke werkzaamheden in het weekend zouden doen, maar natuurlijk moesten zulke dingen weer door de weeks gepland worden zodat ik veel te laat op mijn werk zou komen. Toen de zoveelste afslag afgezet was, herinnerde ik me ineens een route tussendoor die ervoor zou zorgen dat ik alsnog op tijd op mijn werd zou komen. Hiervoor moest ik wel via mijn oude wijk langs mijn oude huis waar ik met Thomas woonde, maar als dat ervoor zou zorgen dat ik wel op tijd zou komen, had ik het ervoor over.

Ik nam de afslag naar de nieuwbouwwijk en reed langs het huis waar ik ooit woonde. Ik gluurde en zag meteen dat mijn mooie rozenstruiken uit de voortuin verdwenen waren. Maar toen ik beter keek viel me wat anders op. Er stond een enorme ooievaar in de tuin met daarop een bordje met ‘Its a Boy!’

 

En ik kon wel door de grond zakken van jaloezie.

 

 

Wil je meteen verder lezen? Je koopt het ebook hier.

Misschien vind je dit ook leuk

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.