Terug naar jou | hoofdstuk 11

by Tamara

‘Verkopen? Nee! Dat mag helemaal niet! Waarom wil je dat?’

Mijn moeder zuchtte diep en ging bij het raam staan. 

‘Het huis is prachtig en ligt op een prachtige plek. Maar sinds Flore en jij weg zijn, voelt het te groot en te leeg. Bovendien zijn de kosten gewoon te hoog. Ik heb het twintig jaar geleden gekocht op basis van het salaris van je stiefvader, die anesthesist was en uit een rijke familie kwam. Maar nu ik iets minder ben gaan werken en de spaarrekening die ik samen met hem had steeds leger raakt, wordt het gewoon te duur..’

Ik zag aan haar dat het haar pijn deed om dit te zeggen en sloeg een arm om haar heen. 

‘Kan ik niets doen?’

‘Nee, tenzij je het huis wil kopen, kun je niets voor ons doen.’

Ik keek naar de woeste zee en schudde mijn hoofd. Hoewel ik me op geen plek meer thuis voelde dan hier, wilde ik niet uit de stad weg. Ik had daar mijn werk, Noah had zijn werk, we hadden daar onze vrienden en alles dichtbij. Bovendien zou het best raar voelen om hier ineens te wonen, terwijl dit het huis van mijn ouders was. Het huis waar we zoveel herinneringen hadden. 

Het was het huis waar mijn ouders weer verliefd op elkaar werden en waar ik getrouwd was. Waar ik mijn zusje voor het eerst had ontmoet en mijn broertje ter wereld had geholpen. Ik had verwacht dat ze er voor eeuwig zouden blijven wonen, maar helaas zou dat niet zo zijn.

‘Schrik je er van?’ vroeg ze zachtjes.

‘Wel een beetje.. Maar ik snap heel erg goed dat jullie weg willen. Waar willen jullie gaan wonen?’

‘Wat dichterbij de stad. Niet in dezelfde wijk als jullie, maar misschien de wijk erachter, vlak bij het park en de haven.’

Ik knikte en keek naar het strand, waar het was gestopt met regenen en de zon een beetje doorbrak. 

We kletsten nog een beetje en mijn moeder liet een aantal huizen zien waar ze interesse in hadden, voordat ik weer afscheid van haar nam en weer in de auto stapte. 

Toen ik de oprit op reed, deed Noah open. Nog voor ik iets kon zeggen sloeg hij zijn armen om me heen en hield hij me stevig vast.

‘Het spijt me, ik had niet zoveel moeten zeuren..’ zei hij zachtjes.

Ik sloot de deur achter ons en knikte.

‘Ik wil ooit wel een tweede Noah.. Misschien zelfs wel een derde kind. Maar ik ben gewoon heel erg bang dat wat er gebeurd is nog een keer gebeurd. Stel dat ze één van ons niet kunnen redden.. Wat dan?’

‘Ik snap het Rosie.. Ik weet het niet… Ik mis Logan gewoon heel erg.. We waren vroeger de beste vrienden en nu heb ik geen idee hoe het met hem gaat of waar hij is. Straks leeft hij niet eens meer..’

‘Misschien moet je hem bellen.. Hij heeft toch een telefoonnummer achtergelaten?’

‘Ja, maar je kunt alleen inspreken. Zijn telefoon staat altijd uit.’

‘Nou wie weet luistert hij het wel af. En anders heb je alles er even uit kunnen gooien en ben je het kwijt. Misschien lucht het op.’

Noah knikte en pakte zijn telefoon, waarmee hij naar zijn kantoor liep. 

Ondertussen zette ik Ava met wat speelgoed op de grond en begon met het voorbereiden van het eten.

Ik wist niet of Noah een heleboel voicemails in had gesproken of dat hij Logan wel te pakken had gekregen, maar hij bleef een half uur weg en toen hij terugkwam, leek hij inderdaad opgelucht te zijn. 

Ik schepte de borden op en zette Ava aan tafel, zodat we voor het eerst sinds tijden met zijn drietjes aan tafel konden eten. 

‘Hier kan ik wel aan wennen.’ zei ik.

‘Haha, ja ik ook wel.. Hoe was het bij je ouders?’

Ik slikte en kneep mijn lippen op elkaar, in een poging niet te gaan huilen.

‘Ze gaan het huis verkopen.’

‘Waarom? Ze zijn dol op dat huis.’

‘Het wordt te duur.. En het is te groot voor hun drietjes..’

‘Wil jij er wonen?’ vroeg hij zachtjes. 

‘Dat vroeg mijn moeder ook al.. Ik weet het niet.. Het is een prachtig huis, op een prachtige plek en ik voel me er ontzettend thuis.. Maar ik denk dat het altijd als het huis van mijn ouders zal blijven voelen…’

Noah knikte en nam nog een hapje van het eten. 

‘Ik snap wat je bedoeld.. We wonen hier ook fijn toch?’

Ik knikte. We woonden ontzettend fijn in ons prachtige huis en hoe mooi het huis van mijn ouders ook was, ik hield minstens even veel van ons huis.

We zaten nog een tijdje aan tafel, tot Noah ineens gebeld werd en een excuses mompelde. Ach, we hadden tenminste samen gegeten en dat was al meer dan ik in maanden had gedaan. Ava gaapte en terwijl Noah nog druk aan het bellen was, deed ik haar in bad en bracht ik haar naar bed. 

Toen ik weer beneden kwam, hoorde ik een heleboel gemopper uit zijn kantoor komen en ik had al een vermoeden waar het over zou gaan, hoewel ik maar heel weinig van het gesprek had opgevangen. 

‘….. Moet ik dan altijd alles zelf doen? Ik kan toch niet voor elk onzin klusje naar Londen komen? …. Ik heb zelf ook wel wat beters te doen….. Ja, maar ik betaal jullie om jullie werk daar te doen…. Best! Ik vlieg jullie kant wel weer op, maar ik ben hier niet blij mee.’

Ik leunde tegen de deurpost van zijn kantoor en zag dat hij zijn telefoon op zijn bureau gooide. 

‘Dus.. Je gaat weer weg?’

‘Rosie.. Het spijt me.. Ik..’

‘Het geeft niet.. Als het nodig is moet je gaan.’

Ik liep naar hem toe en sloeg mijn been over hem heen, zodat ik met mijn gezicht naar hem toe, op zijn schoot zat.

‘Hoe lang moet je weg?’

‘Minimaal een week, maximaal een maand. We zijn bezig daar een nieuwe vestiging te openen en ze hebben er een enorme puinhoop van gemaakt..’

‘Oké…’ zei ik zachtjes.

‘Vind je het echt niet erg? Ik bedoel.. Dat je dan alleen bent?’

‘Nee, ik snap dat je moet gaan.. Maar ik ga je wel heel erg missen.’

‘Ik jou ook..’ 

Hij legde zijn handen op mijn rug en trok me iets meer naar zich toe.

‘Wanneer moet je weg?’

‘Morgenochtend…’

‘Oké, laten we dan nu maar naar boven gaan.. Dan laat ik je zien wat je komende maand moet missen.’

Misschien vind je dit ook leuk

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.