Onbereikbare liefde Hoofdstuk 17

by Tamara

Mijn moeder en Kate verklaarden me altijd voor gek dat ik altijd een pak vochtige zakdoekjes meesleepte, maar op dit moment was ik er heel erg dankbaar voor. Ik maakte alles zo goed en kwaad als het ging schoon en nadat ik wat maandverband uit de machine had gepakt en ingedaan had, liep ik het hokje uit. Alles draaide en ik moest me vasthouden aan de wastafel om niet om te vallen. Ik weet niet meer hoe lang ik daar stond, het kunnen een paar minuten zijn geweest, maar voor mijn gevoel was het een paar uur.

Ik keek in de spiegel en herkende mezelf niet meer. Mijn ogen waren rood en mijn gezicht spierwit. Over mijn wangen liepen zwarte mascara strepen en mijn lippenstift was uitgelopen. Ik spatte wat water in mijn gezicht en boende met een doekje mijn wangen schoon. Ik liep wankelend uit de toiletten naar mijn kantoor. Ik moest gewoon even alleen zijn en wilde even niemand om me heen hebben. Zwijgend zat ik daar voor me uit te kijken terwijl ik me verdoofd voelde. Ik voelde me ontzettend schuldig, waarom had ik dit kleintje nou niet meteen gewild? Waarom was ik niet meteen gelukkig geweest? Allerlei gedachten gingen door mijn hoofd en zachtjes voelde ik de tranen over mijn gezicht rollen.

Een uur lang zat ik daar met mijn hoofd in mijn handen terwijl de tranen op mijn bureau drupten. De krampen in mijn buik gingen onverminderd door, maar waren niets vergeleken met de pijn die ik in mijn hart voelde. Ik was in mijn leven al zoveel mensen kwijtgeraakt, ik had zoveel pijn meegemaakt, maar niets leek ook maar in de verste verte op het gevoel wat ik nu had.

Ik stond op en liep naar Lukes kantoor. Ik wist niet waar ik anders naartoe moest gaan. Ik moest het gewoon even aan iemand vertellen en ik vond dat hij het moest weten. Hij was tenslotte de vader van dit kindje. Het kindje dat er niet meer was. Zacht duwde ik zijn deur open en terwijl ik naar zijn kantoor liep, hoorde ik hem met iemand praten. Ik besloot even te wachten tot hij klaar was, toen ik een vrouwenstem schreeuwde tegen hem hoorde schreeuwen. Ik stond op en wilde net terug naar de deur lopen, toen de deur van zijn kantoor met een zwaai open ging en Silvia in de deuropening stond. Haar ogen spuwden vuur en haar borstkas ging op en neer door haar zware ademhaling. Ze pakte me bij mijn arm en sleurde me mee het kantoor in. Haar vlijmscherpe rode nagels maakten krassen in mijn arm en ik probeerde me los te rukken. In het kantoor zag ik Luke achter zijn bureau zitten met rode vlekken onder zijn ogen. Je kon duidelijk zien dat hij gehuild had.

‘Is dit haar?’ schreeuwde Silvia terwijl ze beschuldigend met haar rode nagels mijn kant op wees. ‘Is dit die hoer waarmee jij geneukt hebt en die ook nog eens zwanger van je is?’ Geschrokken keek ik Luke aan, die zweeg en zijn blik afwendde. Silvia richtte zich naar mij en greep mijn arm weer vast. ‘Ben jij het? Ben jij degene die mijn man besprongen heeft en zich ook nog door hem heeft laten bevruchten?’ Haar donkere ogen keken kwaad mijn kant op en terwijl ik te verbaast was om wat te zeggen, haalde ze uit en sloeg ze me keihard op mijn wang.

Luke stond op en greep zijn vrouw vast. ‘Sil! Hou daarmee op! Het is niet haar fout! Het is de mijne! Ik heb gebruik gemaakt van de situatie, zij heeft er niets mee te maken.’ Ze richtte zich tot hem en begon te schreeuwen: ‘Zij heeft er alles mee te maken! Zij is toch degene waarmee je ligt te neuken terwijl je mij al jaren afwijst? Zij is degene die je zwanger maakt, terwijl je mij in al die jaren nog geen kind gegund hebt?’ Zwijgend keek Luke mij aan en ik slikte. ‘Wat staren jullie nou? Ben je nou zwanger of niet?’ schreeuwde ze tegen mij. Ik haalde mijn hand van de zeker plek op mijn wang en zei zachtjes: ‘Niet meer.’ Ik ontweek de geschrokken blik van Luke en terwijl Silvia het weer op een schreeuwen zette, rende ik langs hun naar de deur en liep zijn kantoor uit.

Voor de glazen deur stond het halve kantoor mee te luisteren en iedereen was zichtbaar verbaast toen ik naar buiten kwam. Ik durfde niemand aan te kijken en wurmde me tussen mijn collega’s door naar mijn kantoor. Ik trok het gordijn van de deur naar beneden en zakte op de bank waar ik in tranen uitbarstte. Ik huilde en huilde en er leek geen einde aan te komen. Ik voelde zo verschrikkelijk eenzaam, ik had zoveel verdriet en kon er met niemand over praten. Ik was mijn baby kwijt, net nu ik zoveel van dat kleintje was gaan houden. En nu wist het hele kantoor wat er gebeurd was, hoe kon ik iedereen nu nog onder ogen komen?

Zachtjes hoorde ik de deur opengaan en ik zag iemand binnenkomen. Hij zakte naast me op de bank en trok me tegen zich aan. ‘Het spijt me zo!’ snikte ik terwijl ik mijn hoofd op zijn borst legde. ‘Het geeft niet, ik ben er voor je.’ zei hij zachtjes. Hij aaide zacht over mijn haar en hoewel ik wist dat ik hem nog heel wat uit te leggen had, was ik zo blij dat hij er was. We zaten daar een half uur toen er iemand zacht op de deur klopte. Amina stak haar hoofd om de deur en zei zachtjes ‘Joris? Ik wil niet storen, maar je volgende meeting begint zo.’ Joris keek een moment naar mij en zei: ‘Zeg maar af, ik heb nu belangrijkere dingen te doen.’

Misschien vind je dit ook leuk

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.