Een nieuwe kans | hoofdstuk 34

by Tamara

‘Hoe voelt het om weer terug te zijn?’ vroeg Darius die naast me in de auto zat.

Na een rampzalige vlucht met eerst een heleboel vertraging en daarna ook nog turbulentie, was ik vroeg in de ochtend in Reykjavik geland, waar Darius op me stond te wachten.

Het afscheid was me zwaarder gevallen dan verwacht. Na ruim een maand mijn ouders, zusje en baby broertje om me heen gehad te hebben, vond ik het heel erg moeilijk dat ik ze weer achter moest laten. Er hadden weer heel wat tranen gevloeid en dat mijn vader grapte dat Jesse waarschijnlijk al kon lopen tegen de tijd dat ik terugkwam, hielp ook niet mee.

Maar het lastigste vond ik toch wel het afscheid van Noah. Na maanden hadden we elkaar eindelijk teruggevonden en hoewel we het beide niet uit durfden te spreken, waren we bang dat het op de één of andere manier nu weer mis zou lopen. Al hoopten we beide dat het gewoon goed zou blijven gaan.

Hij had me naar het vliegveld gebracht, waar we bij dezelfde gate afscheid namen als waar we een maand geleden aangekomen waren. Een dubbel gevoel, maar ik wist dat het geen maanden zou duren voordat ik terug zou zijn, wat een enorme troost was.

En daar was ik dan, naast Darius in de auto, die nog steeds heel erg vals meezong met de liedjes en helemaal niets veranderd leek.

‘Het voelt raar..’ zuchtte ik.

‘Waarom? Ben je niet blij om weer terug te zijn?’

‘Jawel… Maar..’

‘Noah?’

‘Ja, en gewoon dat ik mijn familie weer achter moest laten..’

‘Ohja! Je hebt net een broertje gekregen he? Je moet me straks echt foto’s laten zien! Ik ben dol op baby’s!’

Lachend schudde ik mijn hoofd en pakte mijn telefoon uit mijn zak, waarop ik een aantal foto’s van Jesse had staan.

‘Ahhh kijk nou! Hij is schattig! En hij heeft net zo’n lief wipneusje als jij!’

‘Ik heb helemaal geen wipneus! Grapjas!’

‘Oh jawel! En als je lacht dat trekt hij een beetje omhoog! Heel erg schattig.’

Ik proestte het uit en was voor heel even vergeten dat ik hier met zoveel tegenzin naartoe was gegaan.

‘Dus.. Hoe gaat alles? Is het nog steeds rustig?’

‘Ja! Het is nog steeds rustig, heel erg rustig zelfs. Zo rustig dat we ons bedrijf hebben moeten uitbreiden om geld binnen te krijgen. Iets dat ervoor gezorgd heeft dat we nu weer omkomen in het werk. We organiseren nu ook tripjes voor toeristen om walvissen te spotten. Maar we proberen ze tegelijkertijd ook wat te leren en te vertellen over het behoud van de zee en hoe ze daaraan mee kunnen helpen. We hadden niet verwacht dat het een succes zou worden, maar toen duidelijk werd dat Seafluence het bedrijf was dat de orka’s gered had, stroomden de boekingen ineens binnen. We hebben zelfs een tweede boot gekocht!’

‘Wauw! Wat goed zeg! En ook goed dat jullie mensen proberen wat te leren over het behoud van de zee en hoe ze daaraan bij kunnen dragen.’

‘Ja, het is voor ons een kleine moeite, maar we merken dat de bezoekers het heel erg fijn vinden om ook wat te leren naast het kijken.’

‘Hoe is het met je vader? Is hij alweer hersteld?’

Darius grinnikte en haalde zijn schouders op.

‘Oh! Dat zie je zo wel! Ik weet niet wat ze hem in het ziekenhuis hebben gegeven, maar ehhh.. Nouja, dat moet je zelf maar kijken.’

We kwamen aan bij het kantoor van Seafluence, dat inmiddels onherkenbaar was. De grijze houten planken aan de buitenkant waren in een hele mooie donkerblauwe kleur geverfd en de kozijnen waren allemaal gewit. Er was een nieuwe, grotere parkeerplaats en aan de steiger zag ik twee boten liggen.

‘Zo! Jullie zijn druk bezig geweest!’ grinnikte ik.

‘Ja, komt door mijn vader. Kom, ik denk dat hij wel blij is om je te zien!’

We liepen de trap op naar het kantoor en nog voor we naar binnen gingen, hoorde ik muziek uit de ruimte komen. Darius opende de deur en binnen was ik met stomheid geslagen. Hoewel het zeven uur in de ochtend was, was Alvin druk aan het sporten, samen met Katrin en nog een paar andere collega’s. Ze deden een soort Caribische dans en ik klemde mijn lippen op elkaar om niet in lachen uit te barsten door de wilde heupbewegingen van Alvin.

‘Zo, je vader heeft wel moves hoor.’ zei ik.

‘Hij heeft een soort opleving denk ik, sinds hij uit het ziekenhuis ontslagen werd doet hij al zo.’

Ik lachte en zag Alvin naar ons kijken, die meteen naar me toe kwam en mijn handen vast pakte.

‘Kom Rosie! Dit is goed voor je! In de ochtend meteen de heupjes losgooien!’

Hij trok me mee en ik kon nog net Darius vastgrijpen die ook mee begon te doen. Na een hele lange nacht zonder slaap was dansen niet echt hetgeen waar ik zin in had, maar ik merkte dat ik er wel heel erg vrolijk van werd en het was hilarisch om te zien hoe Darius en zijn vader aan het dansen waren.

Na een half uurtje vond ik het wel mooi geweest en liep naar het koffiezetapparaat om koffie te maken. Ik stuurde mijn ouders en Noah berichtjes dat ik goed aangekomen was en daarna ging ik even achter mijn oude werkplek zitten om te kijken naar de opdrachten die ik allemaal moest doen.

‘Meteen aan de slag he? Je bent niets veranderd!’ grinnikte Alvin. Hij stak zijn armen uit en we gaven elkaar een grote knuffel.

‘Ik ben zo blij dat het weer zo goed met je gaat! Na dat ongeluk en die operaties enzo..’

‘Joh, mij krijgen ze niet zomaar dood hoor. Jou trouwens ook niet! Rosie, ik heb gehoord wat je hebt gedaan en wil je bedanken. Wat jij hebt gedaan is ongelofelijk en ik denk dat we het niet hadden gered zonder jou.’

‘Jawel joh, ik heb gedaan wat ieder ander had gedaan.’

‘Ze kan nog steeds geen complimentjes aannemen hoor pap!’ hoorde ik Darius grinniken van een afstandje.

‘Ik merk het! Maar dat geeft niet, ik wil alleen dat ze weet dat we trots op haar zijn.’

Darius kwam bij ons staan en sloeg vriendschappelijk een arm om mijn schouders.

‘Oh dat weet ze wel! Dat hebben we haar al heel vaak verteld.’

Katrin riep vanuit de keuken dat ze ontbijt voor iedereen aan het maken was en toen we even later aan tafel zaten, was het alsof ik nooit weg was geweest. Darius maakte grapjes, Alvin vertelde allerlei bijzondere feitjes over de IJsland en de dieren en Katrin was druk bezig met de boekingen van de dag. Er was niets veranderd in de afgelopen maanden, behalve mijn hart.. Want die steek die ik erin voelde liet me merken dat ik heel erg graag terug naar huis wilde.

Omdat het hotel waar ik sliep volgeboekt zat, sliep ik in een kleine logeerkamer naast het kantoor van Darius, waar soms medewerkers hadden geslapen als er ze vermoedden dat er nachts iets zou gebeuren. Het was niet heel erg groot, maar met een fatsoenlijk bed en een kledingkast was ik al tevreden. Er was beneden bij de kleedkamers een douche die ik zou kunnen gebruiken en bovendien zou het toch niet echt lang duren allemaal.

Met een zucht liet ik mezelf op bed vallen en ging aan de slag, ik wilde zo snel mogelijk alles afronden zodat ik weer naar huis kon.

Misschien vind je dit ook leuk

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.