De laatste dag van de zomer | Hoofdstuk 11

by Tamara

Florine.

Terwijl ik in de wachtkamer zat, bleef er maar een kinderliedje dat ik vroeger altijd voor Lexie zong in mijn hoofd zitten. Zacht neuriede ik het liedje mee op de melodie waarop ik hem altijd zong voor haar.

Slaap maar, slaap maar zacht,

droom van elfjes en kabouters.

Slaap maar, slaap maar zacht,

droom van elfjes in de nacht.

Ik keek naar Ralph die in een hoekje bij het raam naar buiten keek, waar het inmiddels al bijna licht was geworden. Hij had al sinds we hier zaten geen woord kunnen uitbrengen en ik vond het heel moeilijk om hem zo te zien. Ik keek op mijn horloge en zag dat het inmiddels al half zeven in de ochtend was. Het enige dat we wisten was dat het ongeluk rond half elf uur gebeurd moest zijn. Ze waren pas rond half twaalf gevonden, door een toevallige voorbijganger die de auto tegen de boom zag staan. Vanwege het tijdstip moest er een chirurg opgepiept worden, maar Joost vond het te lang duren en stond erop dat hij de operatie zou doen. Een hartverscheurende keuze, maar ergens voelde het ook wel heel veilig dat hij het zou doen. Er was geen betere chirurg dan hij in het ziekenhuis en het gaf me een beetje hoop dat het goed zou komen. Misschien kwam het wel gewoon omdat ik me niet kon indenken dat ik Lexie zou verliezen. We wisten helemaal niets over wat er met Lars gebeurd was en of hij nog in leven was. Ralph kon niets zeggen en omdat we niets hoorden had ik wel een vermoeden dat hij het niet overleefd had, maar ik durfde dat niet uit te spreken. Ik liep nogmaals naar de koffieautomaat om koffie te halen. Niet omdat ik anders niet wakker kon blijven, want ik stond zo stijf van de adrenaline dat dat geen probleem was, maar ik moest gewoon iets doen. Ik drukte Ralph een bekertje koffie in zijn handen en ging weer zitten. We wachtten en wachtten, terwijl Ralph het bekertje in zijn handen koud liet worden en hem uiteindelijk maar op de tafel zette. Eindelijk kwam om vijf over acht Joost de wachtkamer ingelopen. Hij zag en verschrikkelijk uit, zijn ogen waren opgezet, hij was lijkbleek en hij had nog bloed op zijn shirt zitten.

‘Ze leeft..’ zei hij zachtjes.

Ik hoorde Ralph uitademen en ik vloog Joost om zijn hals.

‘Goed gedaan lieverd! Mogen we al naar haar toe?’

Hij schudde zijn hoofd en liet zich op een bankje vallen.

‘Ze is er heel erg aan toe Flo. Ik snap niet hoe ze het overleefd heeft, zeker omdat ze nog zo lang heeft moeten wachten op hulp. Ze heeft botbreuken, meerdere inwendige bloedingen en een hersenkneuzing. We houden haar voorlopig in slaap, totdat haar lichaam sterk genoeg is om het over te nemen.’

‘Ik wil haar zien Joost. Alsjeblieft, ik moet bevestiging hebben dat het mijn meisje is dat daar ligt.’

Hij knikte. ‘Oké prima. Ik breng je er straks naartoe.. Goed?’

‘En de baby?’ hoorden we ineens vanuit de hoek bij het raam.

Ralph keek ons verdrietig aan.

‘Heeft de baby het overleefd?’

Joost schudde zijn hoofd en ineens kreeg ik koude rillingen over mijn hele lichaam. Ze was haar kindje verloren..

‘En Lars? Weten ze daar al meer over? Leeft hij nog?’

Ik zag Joost zijn kaak aanspannen en hij maakte een vuist van zijn hand.

‘Sorry, ik kan het nu niet over Lars hebben… Dan breek ik hier de boel af.’

Verbaasd keek ik hem aan en hij zuchtte.

‘Hij had veel te veel gedronken en is achter het stuur gestapt. Als hij niet had gereden, was er niets aan de hand geweest. Dan had ik niet het bloed van mijn dochter aan mijn schoenen op dit moment.’

Hij keek ons allebei aan en liep de wachtkamer weer uit, waarna ik instortte. Ralph kwam naast me zitten en stelde me gerust met het feit dat Lex in ieder geval nog leefde en dat er dus wel een positieve kant aan zat. We wilden beide niet denken aan alle verschrikkelijke dingen die we haar moesten vertellen zodra ze wakker zou worden. Als ze ooit wakker zou worden tenminste.

Na nog een lang uur wachten, werden we opgehaald en naar de kamer gebracht waar ze lag. Ze lag aan zoveel machines dat ik haar amper herkende, haar gezicht zat onder de verwondingen en de blauwe plekken.

‘Och meisje toch.’ zei ik zachtjes en ik aaide over haar haren, waar nog stukjes glas en bloed inzaten. Ik zag Ralph naar haar kijken en hij gaf haar zachtjes een kus op haar voorhoofd. Het ergste was nu achter de rug, nu moest ze alleen nog maar herstellen en weer beter worden.

De dagen verstreken en Ralph en ik wisselden elkaar steeds af met bij Lexie zitten. Als ik niet in het ziekenhuis was, was ik bij Rosie en voor Ralph gold hetzelfde. We hadden afgesproken dat Rosie voorlopig nog niet mee naar het ziekenhuis zou gaan, omdat Lexie bijna onherkenbaar was. Haar gezicht was enorm opgezet en ze zat van top tot teen helemaal onder de blauwe plekken en de kneuzingen. Hoe langer ze er lag, hoe meer we ons realiseerde hoeveel geluk ze had gehad dat ze het overleefd had. Ze hadden in het ziekenhuis nog bijna nooit iemand gehad die zo ontzettend slecht eraan toe was en die toch nog leefde. Daarentegen had de baby het natuurlijk niet overleefd. Door de klap was de placenta losgeraakt en er was een stuk metaal in haar buik doorgedrongen. Een collega chirurg van Joost had een keizersnede uitgevoerd. Joost kon er niet over praten, maar had een aantal foto’s gemaakt en samen hadden we afscheid genomen van de baby, die ooit ons kleinkind zou zijn.

Het was een heel klein jongetje, dat ondanks deze termijn al heel knap was en precies op Lexie leek. Het was wonderbaarlijk en hartverscheurend tegelijk, dat een kindje dat al zo compleet was, op die manier uit het leven gerukt werd.

Ondertussen had de recherche het onderzoek afgerond. Het ongeluk was domweg ontstaan omdat Lars met veel te veel drank op achter het stuur was gekropen en veel te hard reed. Hij reed ruim 120 op een weg waar je 80 mocht en dat terwijl het ontzettend glad was. Hij had voor iets uit moeten wijken en aangezien hij geen gordel droeg, was hij door de klap door de auto geslingerd. Hij was ook de vader van mijn kleindochter en daarom besloot ik samen met Joost naar de begrafenis te gaan, maar daar gingen we al snel weer weg. Het was gewoon te moeilijk. Door hem waren we Lexie bijna kwijt geweest en was Lexie haar kindje kwijt.

Naarmate de tijd vorderde, trokken de zwellingen in haar gezicht een beetje weg en toen alle bloeduitstortingen ook weg waren, zag ze er weer een beetje uit zoals zichzelf. Maar ze werd maar niet wakker en na een paar weken wachten, begon zelfs Joost zich een beetje zorgen te maken. Het was niet erg dat ze haar rust nodig had, maar ze moest ooit wel een keer ontwaken.

Uiteindelijk duurde het een maand en drie dagen voordat ze af en toe een beetje bij begon te komen. Ze begon weer tekenen van leven te vertonen en opende zo nu en dan haar ogen. Uiteindelijk duurde het nog ruim twee weken voordat ze echt bij kwam en dat was net op een moment dat ik koffie aan het halen was. Ik kwam terug en ging naast het bed zitten, toen ik ineens zag dat ze me verbaasd aan keek.

‘Lexie! Je bent wakker! Hoe voel je je?’

Ze liet haar ogen over me heen gaan en keek me vreemd aan, alsof ze me niet herkende.

‘Lexie meisje? Gaat het een beetje?’

‘Jawel.. Sorry Lexie zeg je? Heet ik zo? En wie ben jij?’

 

Meteen verder lezen? Je koopt het boek hier!

Alleen vandaag nog koop je de herfstreeks ( vervolg op dit boek) met 20% korting met code HERFST

Misschien vind je dit ook leuk

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.